‘Gierende schaamte’. Kent u die uitdrukking? (En die uitdrukking over een uitdrukking komt van Paul Haenen).
Ik wel. En wat ik hier beschrijf als ‘gierend’, is een poging om te versluieren wat schaamte werkelijk inhoudt. Hoe diep die kan voelen. Pas wanneer een mist ontrafelt, blijft ramp over.
Ik ontvolgde gisteren iemand die…. Nu ja, laat maar. Dat breekt me op. Dozijnen vol met ergernissen over wat ik deed. (Daar komt het op neer).
Dat is ook herstel: keuzes maken in wat je wie vertelt, of hoe open je geacht wordt te zijn in je bekentenissen. En dat betekent soms: iets laten voor wat het was. Zonder spijt, schaamte en schuldgevoel. Je bent autonoom wanneer je jezelf probeert te ontschuldigen en hoeft niet bij de pakken gaan neerzitten omdat er misschien begrip is.
Ik heb ooit iemand gekend die tijdens mijn afwezigheid op mijn huis mocht passen en dat hele huis op de kop zette. Ik was woedend. En hoewel ik medelijden voelde over wat hem was overkomen, – die daad van verblindende gekte, – galmde mijn woede nog maandenlang na.
Zo kan het ook.
Wat ik anderen heb aangedaan, leverde bij een onzeker aantal mensen dezelfde boosheid op, denk ik.
Wat je kapot kunt maken, ook online, is soms niet meer te herstellen. Ik heb grote fouten gemaakt.
Gisteren bezocht ik mijn website, waaraan ik nu een aantal dagen de fundamenten aan het leggen ben. En ik vroeg me af: hoe herwin je vertrouwen in en professionele omgeving die vertrouwen (van je) verwacht? Eist, zelfs misschien.
Hoe herken je vooraf signalen dat het misging? Kómt er nog een (manische) episode of vertrouwen we op de medicatietrouw en het zelfinzicht van de journalist, schrijver of kunstenaar – of welk beroep diegene met een bipolaire stoornis dan ook uitoefent?
De psychiatrie en patiëntenverenigingen zijn er duidelijk over: matig leven. Rust, reinheid en regelmaat. Niet drinken, tijdig hulp inroepen en je houden aan een signaleringsplan. In mijn geval ging het mis na een ingrijpende life event: een echtscheiding.
En hoewel die episode achter me ligt, is er de restschaamte.
Voorwerpen in de fik zetten in de tuin van je doorzonwoning, omdat je symbolisch een eind wilt maken aan dingen die voor jou stonden voor de liefde die er ooit was toen alles nog goed ging, daar vindt de brandweer wel wat van.
Waar jij op dat moment alle betekenis van de wereld aan gaf, wordt – terecht – aangemerkt als ongerijmd en ongepast gedrag.
Hoe je kunt verschillen van hoe je hersenen normaal werken wanneer alles goed is, komt pijnlijk duidelijk naar boven wanneer je herstel begint.
Niets van wat je deed, hoe ‘spiritueel’ of symbolisch kloppend het toen ook leek, sloeg ergens op.
Of toch?