Ik heb gewerkt na mijn dakloosheid, ik kwam terecht bij het Leger des Heils. Wat we overdag deden was schroefjes en moertjes in elkaar draaien. Klittenband van postzakken scheuren. Stapeltjes maken. Daar zat ik met mijn hbo-opleiding Journalistiek en Communicatie. Veel mensen daar waren er terechtgekomen via Justitie. Ze mochten een deel van hun straf uitzitten op die locatie. Naast mij. Ik heb geleerd de mensen te zien achter criminelen. Ik was bang. Verslaafd gedrag heeft wortels in een verleden dat niet lijkt te kunnen rusten. Nooit, nergens heb ik me zo klein, onbeduidend gevoeld als daar. Om 8 uur ’s ochtends werden we met een busje opgehaald en naar de locatie gebracht, ver weg op een industrieterrein. Hoe anders was mijn werk voorheen op de redactie waar het bruiste en tingelde. Romantiseren is ook een kunst.
Waar wil ik naartoe? Terug de schrijverswereld in. Bekendheid geven aan dat gevoel wat niemand zou mogen hebben. Het gevoel buiten de maatschappij te staan. Buiten de maatschappij te kĂșnnen staan.