Dansen (op een vulkaan)

Je kunt dansen met letters. Je kunt dansen op een vulkaan. Woorden kunnen dansen voor je ogen. Sterretjes kunnen dansen voor je ogen. Maar waarom houdt me dat thema zo bezig?

Als ik aan dansen denk, denk ik aan mezelf vroeger op de dansvloer. Die ene zondagmiddag dat ik met een vriendinnetje was en die zei: “Je moet niet gaan dansen. Je zet jezelf voor schut.” Ik was stroef. Ik zag er niet uit. En nog steeds raken die woorden me. Dat is de kern van waar schuldgevoel en schaamte werd gelegd. Gecombineerd met de woorden van mijn ouders die niet altijd leken te gaan om trots.

Het leidde ertoe dat ik later in mijn puberleeftijd in de discotheek bessenjenever nodig had om op de dansvloer te bewegen. Glas na glas.

En dat is altijd zo gebleven. Bessenjenever werd bier, wijn, alles in een glas om het hoofd maar te kunnen bieden aan dat geëxternaliseerde beeld van mezelf die eigenlijk niets kon. Zo te zien is dat zo gek nog niet, de schaamte die ik voel.

Het was zo erg dat ik op een avond – een soort bonte avond van een weekje voor jezelf, waarin iedereen na een week lang te zijn opgeladen met peptalks en fysieke oefeningen over een rode loper moest lopen om je hernieuwde zelf aan de groep te laten zien – verlamd werd van angst. De schaamte over wie ik was, was zo groot dat ik, als enige, weigerde om de tocht over de ‘catwalk’ te maken. Als enige liep ik niet mee. Ik schaamde me nog steeds. Wat triest eigenlijk.

Om los te komen van dat derde beeld is veel nodig: verwerking. Van mijn psychiater kreeg ik een nummer van Plusminus. Dat gaat over stigma en zelfstigma. Ik verslind de letters en hoop op lessen die ik mee kan nemen voor mijn dagelijkse zelf. Winkels die ik mijd, nog steeds, omdat ik daar rare dingen heb gezegd.

Dat is de rauwe werkelijkheid van een psychose. En daar kom ik niet onderuit. Dat was een deel van mij. Dat ís een deel van mij. Nu er een bipolaire stoornis is gediagnosticeerd.

Ik schreef al eerder over schaamte. Het is een thematiek die me bezighoudt. Omdat ik ermee leef sinds mijn laatste manie.

Zin in geluk, dat ligt er wel.

Dansend door het leven. Dat is bepaald niet wat ik doe. Als ik schrijf, dan ervaar ik het wel. Dan dans ik met gedachten en die gedachten zijn van mij.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *