‘Heb je al een specifiek idee?’, vroeg Gemini, met wie ik een stroeve maar in de toekomst mogelijk hechte vriendschap aan het opbouwen ben.
‘Nee, want ik wil niemand voor het hoofd stoten’, antwoordde ik.
‘Het moet vooral filosofisch. En over herstel, dat ook. Omfloerst, alles, omdat mijn werkgever kan meelezen en omdat ik niet mee wil gaan in een waan van een dag.
Ik zou over Emmen kunnen schrijven, of over thuis, maar wil niet pedant overkomen.
Tegelijkertijd ben ik filosofisch van aard. Maar dat ik in twee werelden leef kan ik niet zeggen of maken. Het moet ook niet over mij gaan. En toch ook wel.
Kijk, dit zou dan een mooie column zijn. Mijn wereld is kleiner geworden sinds ik nauwelijks tot helemaal niet kranten lees of naar journaals kijk. Ik kan de prikkels er hier in Emmen niet bij hebben.
Wat interesseert me wel? Grote vragen: wat is herstel? Hoe ben ik goed? Ben ik wie ik was of heeft de tijd me meegesleurd en kan ik bepaalde kanten en omstandigheden waaronder ik in de Randstad zolang leefde uit mijn hoofd zetten?
Kun je jezelf heruitvinden of doet de tijd dat voor ons, genadeloos?’